Kasteel Bruheze, 19e eeuw

Kasteel Bruheze, 19e eeuw

Begin der 18e eeuw woonden er Lodewijk van der Putten; zijn weduwe Dymphna van Slingeland overleed er 12 maart 1711; ze werd begraven in het familiegraf van Bruheze, dat aan de epistelzijde van het O.L.V. altaar in de parochiekerk lag. Hun zoon Cornelius Theodorus gehuwd met Jvr. Cornelia van Griensven, overleed er 19 Sept. 1741.

Na hem wordt eigenaar Van der Elst. Daarna Joannes van Imminga die 13 oct. 1774 in de parochiekerk werd begraven. Daarna Pauwels. Daarna de wed. Verstolk, die hertrouwde met Petrus Albert, te Maarssen geboren, en 25 Jan. 1819 te Ginneken overleden. Daarna Jan Nic. van Vucht, lid van de Prov. Staten van Limburg; deze was gehuwd geweest met Cornelia de Bellefroid. Na haar overlijden verkopen de erfgenamen het goed aan Fred. von Romer, gepensioneerd generaal-majoor te Utrecht, voor diens oudsten zoon Karel, luitenant bij de Infanterie. Deze was echter niet bij machte de hypotheek af te lossen. Bij de tweede verkoop werd eigenaar Petrus van Loon. Daarna Antonie Martil, die het kasteel verhuurde aan de gemeente tot kazerne voor de Kon. Marechaussée. Zijn zoon Louis heeft het gebouw, dat intussen grootendeels een ruïne was geworden, afgebroken Sedert 1889 is de boerderij met schuur en bijbehorende gronden het eigendom van Jan Timmermans. Dionysius Lucas Schurmans, een oom van secr. Schurmans te B. Hertog, heeft vóór 1872 tijdens de afbraak een zwartkrijttekening van het kasteel gemaakt, naar welke tekening Mevr. Slager-van Gilse een aquarel heeft vervaardigd. De naam van het kasteel werd aangenomen door Charles Albert, zoon van Petrus Albert en Carolina Bredius (wed. Verstolk). Hij was geboren te Maarssen en trouwde 16 Febr. 1828 met Henrica Joanna Hendrickx, dochter van Cornelius Hendrickx, notaris en burgemeester van Baarle-Nassau, en Adriana Ther. Wolvers.

Uit: J.P.H. van den Broek: Bijdragen tot de geschiedenis van Baerle

1 gedachte over “Het kasteel Bruheze

Reacties zijn gesloten.