Over broeders in de kunst en de scherven van vriendschap

atelier

Ik vond op de kaart een meer dat er aantrekkelijk uitzag: langgerekt, je vertrekt met een boot aan de zuidkant, steekt het meer over en aan de noordkant begint dan een bergpad wat leidt naar een boeddhistische tempel. Ik stap in de bus en na een uur of wat kom ik aan. Ik loop over het parkeerterrein naar het loket om een kaartje te kopen voor de boot. Dan wordt ik aangesproken door een oude man.

In gebrekkig Engels vertelt hij me over de geologische geschiedenis van deze streek. Hij haalt uit een plastic tas een dun plaatje van een soort leisteen, ongeveer van de grootte van een dvd-doosje. In de steen is de fossiele afdruk van een pre-historische vis te zien. “For you”, zegt hij en drukt het fossiel in mijn hand. Hij wenkt me dan om hem te volgen en terwijl de scheepshoorn het vertrek van de boot aankondigt volg ik de man. Niet ver van het parkeerterrein is een appartementencomplex. Wat verouderd, verwaarloosd, en daar gaan we naar binnen, 2 trappen op, een stukje galerij. Hij opent een deur en we stappen een kamer binnen. Het voorste deel is zijn atelier en afgescheiden door een kastenwand is het tweede deel een keuken. Aan de wanden hangen zijn aquarellen, meest landschappen. De werktafel bij het raam is bezaaid met kwasten, potjes inkt en verf, doekjes en schetstekeningen. Ik vraag of ik er een foto van mag maken want het ziet er rommelig artistiek uit. Dat mag, maar eerst ruimt hij de tafel een beetje op….. We beginnen over kunst te praten en we merken hoe weinig we weten van elkaars kunstopvattingen. Ik ken geen Chinese schilders,  hij geen westerse. De deur gaat open en een man komt binnen die zijn zoon blijkt te zijn. We gaan samen op de foto voor zijn schilderijen

. Dan is het voor mij tijd om te gaan: ik moet nu wel mijn boot op tijd halen. De schilder drukt me op het hart om na de tocht nog eens bij hem langs te komen. Ik ging bij de kunstschilder weg, haalde een ticket voor de boot bij het loket en stapte aan boord. Het tochtje met de boot over het meer duurde een klein half uurtje. Het was een meer zoals er zoveel zijn, met water erin en bomen aan de kant. Maar ach, wel leuk. Aan de overkant begon het bergpad. Vanwege het bezoek aan mijn broeder in de kunst begon ik eigenlijk te laat aan de beklimming. Het was nu 12:00 ’s middags en de zon stond brandend recht boven me. Toen ik tenslotte bij de tempel op de bergtop aankwam, was ik totaal weggesmolten, er was niet veel meer van me over en in de tempel ervoer ik wat Boedha bedoelde met het nirvana ….. Bergafwaarts was een stuk gemakkelijker: het pad was beter en de helling geleidelijker. Nadat ik enkele liters water weggeslobberd had kon ik weer op de boot stappen die me terugbracht naar het beginpunt van de tocht.

Nog steeds moe, beklom ik steunend en zwetend de 2 trappen naar de kamer van de schilder. Maar hij had daarop gerekend: er stond een wasteiltje koud water klaar met een spiksplinternieuwe handdoek. Het labeltje van de winkel en het prijskaartje hingen er nog aan. Nadat ik me had opgefrist, ging hij me voor naar het naastliggende appartement, wat ook van hem bleek te zijn. Het was opnieuw weer 1 vertrek in 2 delen opgedeeld. In het achterste deel stond een bureau met een computer waaraan zijn zoon zat te werken. Het voorste deel werd bijna helemaal in beslag genomen door een soort grote, lage bamboe tafel. Daar gingen we op zitten en theekopjes, theeblaadjes en een grote thermoskan heet water stonden al klaar. Toen gaf hij me een uiteenzetting over hoe duizenden jaren geleden de inwoners van dit deel van China, Japan hadden gekolonialiseerd. Zo hoor je nog eens wat en het was maar goed dat zijn zoon kon helpen met de vertaling, anders had ik er niet veel van begrepen. Na deze geschiedenisles verdween hij even en kwam toen terug met 1 van de aquarellen die ik enkele uren daarvoor had bewonderd. Er was alleen iets aan veranderd: er waren nu Chinese karakters bij gezet. En in de tweede regel herkende ik de 2 karakters van mijn Chinese naam: Gubo. En toen, tot mijn grote schrik en afgrijzen, vouwde hij het aquarel in zestienen, deed er een ouwe krant omheen, drukte de vouwen nog wat steviger aan en toen gaf hij het pakketje aan mij: “From me for my good Holland friend.” Ik was weer eens beschaamd want ik had niks om terug te geven. Ik deed het pakketje in mijn rugzak, we namen hartelijk afscheid en ik beloofde dat als ik ooit zou terugkomen, dat ik dan voor hem een Europees fossiel mee zou brengen. Ik vertrok weer met de bus, het was erg druk, ik moest staan en ik voelde het opgevouwen aquarel in mijn rug branden. Hoe moet ik daar ooit de vouwen weer uitkrijgen ???? Maar de rampen zijn nog niet voorbij. Terug in het hotel wil ik het het fossiel aan een kennis laten zien. Ik doe iets onhandigs en de in vriendschap gegeven steen glipt uit mijn handen en valt op de namaakmarmeren vloer uit elkaar in 57 scherven en 138 zwarte glinstersplinters…… Tsja.