Over de vlinder, de filosoof en de waarheid

dsc01051Ik had met mijn vrienden uit Jilin afgesproken in een theehuis in het centrum. Ik was er te vroeg dus ik bestelde alvast thee. Even later kwam er een wat oudere dame naast me zitten. Ze was zeker al een jaar of 60. Omdat ik had afgesproken met jongelui had ik niet zo veel zin in een gesprek met haar. Maar toen ze begon te praten draaide ik helemaal bij. Ze sprak behoorlijk goed Engels en dat hoor je in China niet vaak bij mensen van haar generatie.

Ze vertelde me dat ze zwematlete was geweest en bij verschillende internationale wedstrijden voor China was uitgekomen. Ze was in de USA geweest, in Brazilië en in India. Ze had nooit medailles gewonnen, ze was een echte sub-topper, maar had erg genoten van haar sportieve carrière. Daarna was ze zweminstructrice geworden bij een luchtvaartmaatschappij. Daar gaf ze lessen in reddingszwemmen aan het cabinepersoneel. Ze was getrouwd geweest, 1 zoon gekregen, maar haar man was een aantal jaren geleden overleden. Ze had samen met haar man 2 jaar in Duitsland gewoond waar haar man een functie op de ambassade had.

Ze vertelde dit hele levensverhaal in een lange monoloog. Ik kreeg nauwelijks de kans om iets te vragen. Als ik mijn kop thee wilde pakken, greep ze mijn arm om me tegen te houden en om er voor te zorgen dat mijn aandacht volledig op haar gericht bleef. 

Net toen ze me vertelde dat ze de mannen in Schotland, met hun rokjes, het vreemdste verschijnsel in Europa vond, en het klimaat in Griekenland het prettigst, kwam er een man op ons aflopen. Heel gedecideerd pakte hij de dame bij een arm en trok haar uit haar stoel omhoog. 

Hij draaide zich naar mij en zei ook weer in behoorlijk goed Engels: “Mijn moeder is toch niet vervelend geweest?” 

Ik keek hem wat verbaasd aan en antwoordde: “Nee, integendeel zelfs. Ze heeft me interessante dingen over haar leven verteld. “

“U moet dat allemaal niet geloven. Mijn moeder heeft kort na mijn geboorte een rampzalige duik gemaakt van de hoge duikplank. Sindsdien is ze ‘mentally ill’.”

Intussen probeerde de dame zich te ontworstelen aan haar zoon. Ze riep me toe: “Geloof hem niet, hij is 37, woont bij z’n moeder, hij kan geen baan krijgen, hij kan niks, geloof hem niet. “

Het hele tafereel werd erg gênant, ik wilde het liefst onder tafel kruipen, het hele terras keek naar ons. Vooral ook natuurlijk omdat alles in het Engels ging.

Het lukte de zoon om zijn moeder mee te trekken, weg van het theehuis, maar hun ruziënde stemmen waren nog lang te horen.

Mijn vrienden kwamen uiteindelijk opdagen en we zijn gaan eten en daarna uit geweest in de stad. 

 

Maar terug op mijn hotelkamer kwamen er vragen op. Wie sprak nu eigenlijk de waarheid? 

Moeder? Zoon?

 

En ik moest denken aan een verhaal wat ik eens heb gelezen. Het gaat over een zen-boeddhist. Een filosoof, hij heette Zhuangzi.

Op een nacht droomde Zhuangzi dat hij een vlinder was. Hij fladderde van bloem naar bloem. Toen hij wakker werd dacht Zhuangzi: “Wie ben ik? Ben ik Zhuangzi die droomde dat hij een vlinder was, of ben ik een vlinder die droomt dat hij Zhuangzi is?”