De Stelling Den Helder is een van de oudste nog aanwezige militaire verdedigingslinies in Nederland. De stelling is in opdracht van Keizer Napoleon Bonaparte gebouwd ter bescherming van de Marinewerf Willemsoord. De stad Den Helder dankt zijn huidige vorm aan deze stelling, die nog grotendeels aanwezig is in het landschap.

Met aan drie kanten zee, kent Den Helder een unieke ligging. Napoleon zag in 1811 deze plek langs de kust als het “Gibraltar van het Noorden” en stationeerde er de marinevloot, die sinds 1813 onder Koning Willem I een Koninklijke status kreeg. Ook andere steden kregen sinds 1598 de ‘Ordonnantie op de Admiraliteit’ maar Den Helder is de enige overgebleven Admiraliteitsstad.

Voor de verdediging van de oorlogshaven liet Napoleon een aantal forten bouwen: Fort Kijkduin, Fort Erfprins, Fort Dirksz Admiraal, Fort Westoever en Fort Oostoever. In oktober 1811 kwam hij op bezoek in Den Helder om te inspecteren hoe de bouw verliep. Hij was onder de indruk en bekeek de voortgang de volgende dag nog eens. Hoewel de Franse tijd in 1815 eindigde in bleven de Franse plannen hangen en werden door Koning Willem I voortgezet. De forten werden in 1825 verbonden door een liniedijk, die samen de Stelling van Den Helder vormden. Het brein daarachter is waterbouwkundig ingenieur Jan Blanken. Het zesde fort is door de Nederlanders zelf gebouwd, een kustpantserfort die de grootste kanonnen bezat die Nederland ooit gezien heeft, Fort Harssens dat vanaf 1885 werd gebouwd.

9e Arrondissement