Hoe woonde Wilhelmus ?

In 1832 waren in Alphen en Riel ‘Hollandse’ militairen gelegerd i.v.m. de Belgische opstand. Enkele mannen werden ondergebracht in het huis van Willem Leppers. Hij was schoenmaker, leerlooier en boer maar ook lid van de gemeenteraad. Alleszins een vooraanstaand man in de gemeente en vanwege zijn beroep ook goed te vergelijken met Willem Gulickx.

Een van hen beschrijft de woning en de manier van leven.

De huizen hebben een stenen muur van nauwelijks 2 meter hoog. Het is een dunne muur, maar van buiten dik besmeerd met klei. Als je binnenkomt sta je meteen in het woonvertrek. De vloer is van klei, soms redelijk geëffend, soms met gaten er in. Aan een wand staat de schoorsteen, die van 3 tot 4,5 meter breed kan zijn en bijna een meter vooruit steekt.Erboven een lijst met tinnen borden die 2 à 3 maal per jaar worden geschuurd. In de schoorsteen staat aan het ene einde een grote leunstoel en aan de andere kant staat een kist met afgestoken, gedroogde heiplaggen. Samen met takkenbossen dienen ze om de kamer te verwarmen en om het eten klaar te maken.

Bij of aan de schoorsteen hangen drie lampen. In de kamer staat nog een ronde tafel en aan een muur hangt een hangklokje. de wanden zijn verder versierd met een koperen beddenpan en tinnen lepels.

Naast het woonvertrek is de stal, meestal twee, soms zes of acht koeien en een paard. Allen zo vervuild dat je er medelijden mee krijgt. Aan de andere kant meestal nog een of twee kamertjes, schaars gemeubileerd. En alles vies en vuil.

Rond de boerderij wat vruchtbomen, wat koolplanten en aardappelen. De wc op het erf heeft de vorm van een schildwachthuisje en vaak kapot en verrot.